Direct naar de inhoud.

Op klompen hardlopen naar school

STADSKANAAL – Op Tweede Paasdag wordt voor de 25ste keer de Klap tot Klaploop gehouden. En, dat is best bijzonder: voor de 25ste keer staat de naam van Herman Vriendts op de lijst met deelnemers.

door Paul Abrahams

“Ik ga maandag 6 april sowieso van start”, klinkt de 82-jarige inwoner van Stadskanaal strijdvaardig. “Al loopt het snot als water uit mijn neus, niets of niemand kan mijn feestje bederven. Ik kan nu al genieten van de sfeer van start tot finish. Al die mensen aan de kant die me toejuichen. Want inmiddels kennen ze me natuurlijk wel. Nee, ik ga wederom niet voor een tijd. Ik wil lekker ontspannen lopen en onderweg handje tikken met de kinderen. Wel probeer ik vlak voor de finish nog even te versnellen. Dat komt ook door de aanmoedigingen van de speaker Harm Noor.”

De oudste deelnemer van de Klap tot Klaploop is in goede conditie. “Rust is roest. Twee keer in de week ga ik sportief wandelen met een groep vrouwen en daarnaast zit ik drie keer op de (race)fiets”, vertelt Herman die 55 jaar scheidsrechter is geweest. “En op vrijdag en op zondag loop ik een rondje van een kilometer of zeven, acht. Bij voorkeur bij het krieken van de dag. Dan is de natuur op zijn mooist.”

Veel herinnert Herman zich niet meer van de eerste editie van de Klap tot Klaploop. “Voor mijn gevoel was het toen heel erg koud en nat. Maar ik heb in al die jaren wel vaker in de regen gelopen van Musselkanaal naar Stadskanaal. Ja, ook wel eens tijdens een sneeuwbui.”

De laatste jaren schrijft Herman zich in voor de vijf kilometer. Het startschot wordt om één uur gegeven. “Zodra ik over de finish ben gelopen, ga ik naar huis om te douchen. Dan stap ik snel weer op de fiets en dan ga ik mijn dochter Bertha en mijn kleindochter Diana aanmoedigen die meedoen aan de tien kilometer. Zij starten om twee uur. Ik ben dan net weer op tijd terug.”

Paplepel ingooien

Herman heeft in de afgelopen jaren aan heel wat wedstrijden deelgenomen. “Ik heb boven dozen met knipsels liggen”, vertelt hij. “Als kind liep ik meestal hard. Mijn ouders runden in Ruurlo in de Achterhoek een boerenbedrijf. We moesten twee kilometer lopen naar school en weer terug. ‘s Morgens en ‘s middags. Op klompen. We wandelden niet, zoals de meeste kinderen. We renden altijd. Want we wilden allemaal altijd als eerste op school zijn. En we moesten ook na school weer snel naar huis. Aanpakken was het devies. Niet zeuren, maar doen. Mijn vader was overigens ook hardloper. Hij heeft zelfs tot zijn 83ste jaar regelmatig de hardloopschoenen aangetrokken.”

Bron: www.kanaalstreek.nl